Krokodillentranen op de krappe arbeidsmarkt – de toekomst van werk (10)

Hoogconjunctuur plus vergrijzing is krappe arbeidsmarkt. Ook zes jaar geleden was al duidelijk dat we zouden afstevenen op tekorten in ICT, zorg en onderwijs. Nu roepen universiteiten om meer geld. Misschien een doekje voor het bloeden, maar het echte probleem zit in gebrekkig bestuur bij de universiteiten, dat een hogere instroom toelaat dan financieel haalbaar is. Hoe in tijden van een krappe arbeidsmarkt de opleidingen aan de rem van de instroom trekken.

In de zomer van 2014 publiceerde Boston Consulting Group (BCG) de resultaten van een een onderzoek naar het functioneren van de arbeidsmarkt in 25 grotere economieën (inclusief de G20). De onderzoekers deden daarbij voorspellingen tot 2030 en ik schreef daarover in het eerste deel van mijn serie over de toekomst van werk.

Krappe arbeidsmarkt: al jaren geleden voorspeld

Wat waren de belangrijkste conclusies? Vanaf 2020 krijgen verschillende Europese landen te maken met een krimpende beroepsbevolking. De babyboomers gaan massaal met pensioen, ook in de publieke sector. De stapsgewijze aanpassingen in de pensioenleeftijd zijn een druppel op de gloeiende plaat. De effecten: druk op de economische groei, maar ook maatschappelijke problemen. Zo zorgt de toenemende levensverwachting voor arbeidsmarkttekorten.

Wat BCG nog niet wist, maar wat in het bedrijfsleven nu beslist zichtbaar is: in vrijwel alle sectoren blijven ondanks de sterke conjunctuur aanpassingen in de lonen uit. BCG kwam met een aantal adviezen die voor de meeste Europese landen gelden. Naast verhoging van de productiviteit door middel van (investeringen in) technologische innovatie en onderwijs wees BCG vooral naar arbeidsmarktbeleid. Zo zou Nederland, dat kampioen parttime werken is als het gaat om vrouwen, de arbeidsparticipatie van vrouwen en ouderen moeten vergroten. Ook zou er anders naar immigratie moeten worden gekeken. Zo wordt nu nog niet gekeken naar competenties en toegevoegde waarde van immigranten; in tegendeel: vanaf 2019 gaat de duur van de fiscale tegemoetkoming van 30% korting op de inkomstenbelasting van expats omlaag van acht naar vijf jaar, zonder overgangstermijn. En tot slot adviseerde BCG om de arbeidsduur in uren per persoon per jaar verhogen.

Beroepsbevolking krimpt

Na het verschijnen van de studie van BCG zijn vier jaar verstreken. De resultaten van de BCG-studie worden ondersteund door nieuw onderzoek van Harvard Business Review dat nog iets verder vooruitkijkt. Daaruit blijkt dat vooral Europa  te maken krijgt met vergrijzing tot in 2050, iets wat HR-dienstverlener Randstad betitelt als een ‘demografische tijdbom’. In 2050 staan tegenover iedere tien mensen die aan het werk zijn, vier personen ouder dan 64 jaar. Daarnaast slinkt de omvang van de Europese beroepsbevolking – van 67 procent in 2010 naar 57 procent in 2050. Het betekent dat de financiële druk op het werkzame deel groter wordt.

De Nederlandse beroepsbevolking krimpt tussen 2020 en 2025 met bijna 2 procent. Ondanks het ophogen van de pensioenleeftijd van 65 via 67 naar 69 jaar in 2040 neemt per saldo de potentiële beroepsbevolking in verschillende sectoren af, aldus het CBS. De aanhoudend groeiende vraag leidt tot toenemende schaarste, waarbij bouw, ICT en techniek te maken hebben met de grootste krapte. Volgens de laatste analyses van Randstad is er een enorme vraag naar hbo-geschoolde IT’ers, zowel starters als mensen met enige ervaring, met in de top drie specialisaties zoals .Net developers, PHP developers en front-end developers. Alleen al in deze drie groepen gaat het om duizenden openstaande vacatures. De laatste analyses (zomer 2018) van Yacht laten zien dat de top vijf meest gevraagde skills in Nederland voor een belangrijk deel bestaat uit software engineers en online developers. arbeidsmarktOver alle IT-functies heen is er vraag naar ruim 62.000 mensen (Q2-2018), maar zijn er ruim 26.000 personen in de markt beschikbaar (dit zijn werkenden die openstaan voor een nieuwe functie én personen die langer dan zes maanden werkloos zijn). De regio’s Utrecht en Eindhoven kennen ‘extreme’ krapte aldus Yacht, in midden-Nederland is sprake van zeer grote krapte. Alleen in de periferie – oost-Nederland, Limburg, Zeeland en de kop van Noord-Holland is de krapte gemiddeld.

 

Tech-sector als aanjager innovatie in het nauw

De IT-sector is daarbij steeds meer de aanjager van innovatie en dat maakt het Nederlandse bedrijfsleven extra kwetsbaar. Dat is bijvoorbeeld zichtbaar in de hoek van de digital agencies: de bureaus die apps, websites en andere digitale platforms bouwen en onderhouden. Volgens branchevereniging Dutch Digital Agencies (DDA) moeten de bureaus steeds vaker nee verkopen aan opdrachtgevers door het tekort aan geschikt personeel.

‘Gewone Nederlandse bedrijven’ concurreren met grotere Amerikaanse techbedrijven. DDA noemt Uber en Netflix (met kantoren in Amsterdam) als voorbeeld. Tijdens een rondetafeldiscussie georganiseerd door Randstad kwam Booking.com ter sprake, waar (in 2018) de afdeling technology iedere maand met 100 nieuwe medewerkers groeit.

Ook andere bedrijven klagen, aldus een artikel in het FD. TU Delft bestuursvoorzitter Tim van der Hagen: ‘Bedrijven zoals ASML, NXP, Philips en Shell zeggen tegen ons: “Geef ons meer ingenieurs”.

Volgens bestuursvoorzitter Jan Mengelers van de TU Eindhoven is de vraag van bedrijven twee keer groter dan wat de technische universiteiten kunnen leveren. Alleen al bij ASML, de grootste afnemer van TU Eindhoven, heeft wereldwijd duizenden vacatures, met in Nederland minimaal 3.000.

Universiteiten: studentenstops? 

Maar omdat de financiering twee jaar achterloopt op de feitelijke instroom van studenten, kondigen zowel Delft als Eindhoven nu studentenstops aan. Dat lijkt, gezien de krappe arbeidsmarkt, een onbegrijpelijke actie. Waar zit de fout?
De Nederlandse universiteiten hebben zonder verder na te denken gereageerd op langdurig kabinetsbeleid om universitaire techniekopleidingen te promoten (vooral onder vrouwen) en buitenlandse studenten aan te trekken. TU Delft is in tien jaar tijd gegroeid van 15.800 studenten naar 24.000 dit jaar. Bij TU Delft en TU Eindhoven kwam in 2017 respectievelijk 20 en 12 procent van de studenten uit het buitenland. De gevolgen: naast problemen bij de studentenhuisvesting is nu ook het geld op dat nodig is voor extra personeel voor onderwijs en onderzoek. Universiteitenkoepel VSNU roept op om gereserveerde gelden eerder beschikbaar te stellen.

Universiteitsbesturen: old school thinking

Dat klinkt als een verkeerde afstemming tussen voorkant (de verkoop van studieplekken tegen een te lage prijs) en de achterkant (waar de productie moet worden geleverd). Dit is echter niet iets van de afgelopen twee of drie jaar: tussen 2006 en 2016 is het aantal buitenlandse voltijdsstudenten gestegen van 12.000 naar 42.000 en al die jaren was al bekend dat een buitenlandse student meer kost dan oplevert. Een gevalletje bad planning dus en alle redenen voor het Nederlandse bedrijfsleven om boos te zijn op het hoger onderwijs. Want de kaders voor de universiteit zijn duidelijk als het aan onderwijsminister Ingrid van Engelshoven ligt: er komt niet meer geld bij. Of zoals Jasper Been (fractievoorzitter van studentenbeweging Democratische Academie Groningen) het vorig jaar formuleerde: “Universiteitsbestuurders mogen niet in de verleiding komen om zo veel extra studenten aan te trekken.” Spijtig dat geen enkele minister van onderwijs heeft ingegrepen in onze kenniseconomie, die op bestuursniveau vooral door testosteron gedreven lijkt te worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.