De vijf best gelezen blogs van Toii uit 2015

  1. Wat HR kan leren van IT en finance

2015-07-30 14.47.02Opmerkelijk, deze nummer 1. Bij de 24 interviews die ik dit jaar met senior HR executives van bedrijven als DSM, FrieslandCampina, Danone of OfficeDepot deed, was er niemand die HR overbodig wilde maken, die optimaal voor outsourcing ging of inzette op agile werken. In tegendeel. Afslanken, standaardiseren, uitbesteden en automatiseren: dat waren de belangrijkste ingrepen die voorop stonden bij deze HR-leaders. Lees het best gelezen blog op Toii

  1. Datadriven e-commerce

Goed-idee-150x150Een portret van online retailer bol.com, dat met ingenieuze algoritmen er extreem goed in slaagt jou meer te laten kopen. Het succes van bol.com laat ook meteen zien waar het mis ging in de traditionele retail. Daar weet men eigenlijk niets over de klant, alle klantkaarten ten spijt. Lees dit blog

  1. The drone that saved me/killed me

2015-01-21 11.07.30Drones hebben een januskop: ze bieden veel kansen op het gebied van transport en dataverzameling, maar dat is meteen ook de keerzijde. Drones kunnen onze privacy bedreigen; drones kunnen ook gebruikt worden door terroristen om een explosief pakketje te droppen. Ook in 2016 zal Toii blijven schrijven over drones. In dat jaar zullen de regels worden aangescherpt en zullen commerciële activiteiten met drones zich serieus beginnen te vormen. Lees dit blog

  1. Cijgerhijgen over het internet of things

Emerging-Tech-Hype-Cycle2014Onlangs hoorde ik een collega praten over Toon, de connected thermostaat van Eneco. Hij gebruikte de interactieve display vooral om te kijken naar de weersverwachting en om de CV-ketel aan of uit te zetten. Het internet of things, wordt dat nu wat? Er is al wel het nodige te doen over connected speelgoed en er klinken steeds meer geluiden dat de security een probleem is. Maar zit het in de hardware of in de software? En wat betekent het internet of things eigenlijk voor consumenten? Lees dit blog

  1. Van mega kantoor naar officepod

DSCN2064Werken kan op verschillende plekken en er is keus genoeg: eind 2014 stond ruim 17 procent van de kantoorruimte leeg. De bestaande kantoorkolossen zijn vooral gebouwd op omvang, niet op functionele flexibiliteit. Inmiddels worden leegstaande kantoren steeds vaker omgebouwd tot woonruimte. Lees dit blog

Jongeren en smartphones: van BYOD naar PYOB?

Bedrijven die nog geen mobile first strategie hebben, moeten opschieten. Ruim 90 procent van de jongeren tussen de 18 en 25 jaar is dagelijks mobiel online met de smartphone, aldus cijfers van het CBS van mei 2014. Als ze online zijn, besteden jongeren hun tijd vooral aan gamen, filmpjes kijken en het bezoeken van sociale netwerken. Ook hun aankopen – voor jongeren zijn dat bijvoorbeeld vaak kaartjes voor evenementen – doen ze online. Tablets of laptops zijn voor hen van ondergeschikt belang. Bijna alle jongeren in Nederland beschikken thuis over internettoegang; driekwart van de jongeren tussen de 12 en 18 jaar is ook onderweg online. Van de 25-plussers is 63 procent onderweg online en deze groep maakt ook intensiever gebruik van tablets.

CBS mei 2014 beeld 2CBS mei 2014 beeld 1

Niet verwonderlijk dus dat het mobiele dataverkeer de komende vijf jaar 11 maal zo groot wordt, zo blijkt ook uit onderzoek van Cisco. In 2018 zal 69 procent van het wereldwijde mobiele dataverkeer bestaan uit video en in dat jaar zullen er wereldwijd meer dan 10 miljard mobiele devices in gebruik zijn. Samen zorgen die apparaten voor dataverkeer met een omvang van 190 exabyte per jaar. Volgens de Verenigde Naties zal de wereldbevolking dan een omvang hebben van 7,6 miljard mensen, dus er zijn tegen die tijd veel meer apparaten dan gebruikers. Het verschil zit ‘m onder andere in de opkomst van nieuwe connected devices (machine-to-machine communicatie).

Terug naar Nederland. Afgelopen jaar werd volgens cijfers van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) maar liefst 33,9 miljard MB aan mobiele data verbruikt. Dat is een stijging van 50 procent ten opzichte van 2012. De ACM constateert dat – ondanks de toename in het verbruik van de hoeveelheid data – de inkomsten uit datadiensten afnemen. Die afname is ook zichtbaar bij de sms-diensten en abonnementen voor mobiele telefonie. Jongeren verwachten overal Wi-Fi: in het vliegtuig, op de hangplek of in het zwembad. Zelf de gereformeerde kerk voorziet dat open Wi-Fi tijdens de kerkdienst een trend gaat worden, al ontbreekt het te verwachten verzet niet.

Er is geen twijfel mogelijk: mobiel online is nu al de standaard voor shoppen, informatie ophalen, het onderhouden van sociale contacten en gamen. De cloud kent voor jongeren geen geheimen meer en het wachten is op een volwaardige mobile wallet. Jongeren weten – hoewel je dat niet zou verwachten – beter dan ouderen of, en zo ja hoe ze hun dataverbinding thuis hebben beveiligd. 89 procent van de Facebook gebruikers onder de dertig jaar zegt de standaard-privacyinstellingen te hebben aangepast, slechts 8 procent doet dat niet. Bij personen ouder dan vijftig jaar zegt 68 procent de Facebook instellingen te hebben aangepast, maar 25 procent heeft dat niet gedaan en 7 procent heeft geen idee. Het zijn voorlopig even de ouderen die op achterstand staan: ten opzichte van de jongeren zijn het geen heavy users en ze weten ook niet altijd waar ze mee bezig zijn.

Tegenover always online staan bij de jongeren wel financiële problemen. Zestig procent van de jongeren van 18 tot 25 jaar heeft een schuld bij telecomproviders: de gemiddelde openstaande schuld bedraagt €1169,- per persoon. Lindorff, één van de grootste incassobureaus in Nederland, zag het aantal jongeren in de leeftijd van 18 tot 25 jaar met schulden in een jaar tijd oplopen met 17 procent. In 2012 waren het er nog 68.000, in 2013 gaat het om 80.000 jongeren.

De vraag is wat er gebeurt als deze jongeren een mobieltje van hun werkgever krijgen. Betekent Bring Your Own Device ook dat de werkgever de maandelijkse gebruikskosten voor intensief dataverkeer gaat betalen? Of geldt na BYOD Pay Your Own Bill? Vermoedelijk moeten deze jongeren er rekening mee houden dat ze hun dataverbruik naar beneden moeten bijstellen. Ze kunnen natuurlijk ook een apart privé-abonnement aanhouden. Ik voorzie een goede toekomst voor dual sim smartphones.

Deze post is tot stand gekomen in samenwerking met Cisco

[wp_twitter]

IT is te druk met brandjes blussen

DSC_7033De CIO heeft het maar zwaar. IT moet meer flexibiliteit realiseren en meer bijdragen aan een kortere time to market. Eindgebruikers willen meer mogelijkheden, maar hebben geen oog voor de kosten, laat staan voor security-aspecten. Meer doen met minder klinkt de CIO niet onbekend in de oren, maar de druk wordt wel steeds groter. AppSense liet een onderzoek uitvoeren naar de ernst van deze spagaten.

Het bedrijf betrok ruim 130 organisaties in haar onderzoek en legde vragen voor aan CEO’s en IT-professionals op verschillende niveaus. De belangrijkste conclusie: IT functioneert vooral als digitale brandweer en komt niet toe aan strategische innovatie. Is dat een nieuw inzicht? Nee, maar de onderzoeksuitkomsten drukken je wel met de neus op de feiten. 60 procent van de ondervraagden erkent dat de IT-afdeling moeite heeft om de eindgebruikers op verschillende platformen en devices te ondersteunen. Bijna 40 procent van de respondenten heeft te maken met 5 tot 10 servicecalls per eindgebruiker per jaar. Dat rechtvaardigt het bestaan van de service desk, zou je zeggen: die zorgt er voor dat gebruikers productief blijven.

Uit de benchmark komt echter een vicieuze cirkel naar voren. Bij de helft van de respondenten wordt door gebruikers vaak tot zeer vaak ongeautoriseerde software en malware geïnstalleerd. De groep eindgebruikers die regelmatig de firewall en virusscanner uitschakelt is even groot. Tachtig procent van de respondenten geeft dan ook aan dat ze 1x per jaar laptops en desktops moeten her-installeren.

Nu is het in de meeste gevallen nog de IT-afdeling die – op basis van functieprofielen – bepaalt wie welke applicaties tot zijn beschikking krijgt. Bijna de helft van de respondenten verwacht dit binnenkort via selfservice te willen regelen. Aan de ene kant scheelt dat werk, aan de andere kant legt IT daarmee een bom onder het eigen functioneren. Het is de vraag of IT met deze keuze meer ruimte creëert voor strategische innovaties of dat het brandgevaar verder toeneemt.

De uitdaging waar IT voor staat is het vinden van de balans tussen beschikbaarheid van applicaties voor eindgebruikers en het in de lucht zijn van die applicaties; en het gelijktijdig zorg dragen voor voldoende stabiliteit, compatibiliteit en veiligheid. De eindgebruiker wordt, net als de eindklant, steeds veeleisender. Wanneer IT ruimte wil scheppen voor innovatie en waardecreatie, is er maar één oplossing: het combineren van bevoegdheden en verantwoordelijkheden ofwel empowerment van eindgebruikers.

Een andere veelgeplaagde discipline heeft al eens met dit bijltje gehakt. HR heeft de afgelopen decennia systematisch HR-verantwoordelijkheden in de lijn belegd. Managers zijn nu verantwoordelijk voor beoordelingen, persoonlijke ontwikkeling en training en opleiding van hun medewerkers. Lange tijd moest HR herhalen dat het functioneringsgesprek toch echt belangrijk was. Inmiddels zien (goede) managers in dat als ze op deze gebieden niet in hun medewerkers investeren, ze minder succesvol zijn.

Empowerment werkt alleen goed als verruiming van de bevoegdheden gepaard gaat met duidelijke verantwoordelijkheden. IT moet dus net als HR z’n hok uit en naar de manager toe: opleiden, opvoeden en feedback geven over de (IT-)performance van z’n medewerkers. Zijn ze compliant? Houden ze zicht op kosten? Laten ze in gedrag zien dat ze zich bewust zijn van security issues? De manager kan vervolgens zorgen dat medewerkers goed worden opgeleid door IT. Het zou interessant vervolgonderzoek zijn: welke organisaties voeden hun eindgebruikers actief op in het gebruik van IT en spreken ze aan op ongewenst gedrag?

Bij HR is niet alles naar de lijn gegaan. HR is procesbewaker geworden en probeert zich verder te richten op strategische vraagstukken. Een belangrijk deel van de HR-taken is of geautomatiseerd (portals) of geoutsourced (personeels- en salarisadministratie).  Maar centraal in het personeelsbeleid staat de manager. Misschien moeten HR en IT wat vaker met elkaar praten.

DSCN2101In 22 procent van de gevallen gaven respondenten aan dat de eindgebruiker zelf verantwoordelijk is voor de toegang tot data en de bijbehorende risico’s, ook via de smartphone van de zaak. Een zelfde percentage houdt die verantwoordelijkheid liever bij IT. In beide gevallen blijft het de eindgebruiker die met zijn gedrag de veiligheid van processen en systemen ondergraaft. Een derde deel van de respondenten ziet het verantwoordelijkheidsvraagstuk als ‘een punt van zorg’ en ‘zoekt naar oplossingen’.

Het onderzoek werd uitgevoerd door Goals Marktbewerking.
AppSense Webinar over het onderzoek

 [wp_twitter]

 

Big data in de zorg

Een MRi-scan maakt steeds meer slices en hartfilmpjes worden tegenwoordig opgeslagen in HD-kwaliteit. De medische apparatuur die bij medische zorg en onderzoek wordt ingezet, maakt steeds vaker deel uit van de IT-infrastructuur, van het applicatielandschap en van de datahuishouding. De zorg wordt steeds meer gedreven door data; ziekenhuizen transformeren naar IT-bedrijven.

Big data wordt nog vaak gezien als een proces waarbij we doelbewust gegevensbronnen gaan combineren om te komen tot nieuwe informatie, zoals bij de Hollandse Brug over de snelweg A6. Er is echter ook een ‘autonome’ groei in het datavolume, die het resultaat is van voortschrijdende technologische ontwikkelingen.

Analistenbureau MarketsandMarkets voorspelt dat de big data-industrie tot 2017jaarlijks meer dan 54 procent zal groeien. De totale markt voor big data-specifieke infrastructuur (rekenkracht, opslag, netwerken) zal volgens de Wikibon Analyst Group in datzelfde jaar 402 miljard dollar bedragen. IT moet zich ook voorbereiden op een IT-omgeving die meegroeit met de eisen die het werken met big data oplegt: met een goede beschikbaarheid (schaalbare en betrouwbare hardware) en snelheid (nieuwe databasetechnologie, in memory computing, snelle servers met bijvoorbeeld SSD’s). Volgens opslagproducent Seagate zal de wereld in 2020 behoefte hebben aan opslag ter grootte van 6 zettabyte, hetgeen overeenkomt met 6 miljard terabyte.

Kostenbesparing

De zorg wordt informatie-intensiever: apparaten produceren steeds meer data, waarvan artsen steeds meer willen opslaan; anderzijds willen artsen sneller toegang hebben tot de juiste informatie. Ook partijen zoals toezichthouders en verzekeraars willen meer informatie, waarmee inzicht in financiële beslissingen en in de kwaliteit van zorg ontstaat. Volgens McKinsey is kostenbesparing de belangrijkste driver voor big data in de zorg. Er wordt geschat dat big data binnen de zorgsector met een huidige totale omvang van 150 exabytes verder zal stijgen met 1,2 exabytes per jaar.

Die databrij biedt allerlei uitdagingen, maar ook kansen. Door in ziekenhuizen gestructureerd gegevens over (anonieme) patiënten en hun behandeling op te slaan, kan nu landelijk onderzoek worden uitgevoerd dat vijftien jaar geleden nog niet voor mogelijk werd gehouden. Uit dat onderzoek kan bijvoorbeeld blijken dat een patiënt anders behandeld moet worden, maar het kan ook helpen bij de zoektocht naar nieuwe medicijnen. Een voorbeeld hiervan is de Britse ziektekostenverzekering National Health Service (NHS) die sinds de jaren ’60 gegevens verzamelt waarvan vele digitaal en openbaar beschikbaar zijn. Het bedrijf Accelrys zet hiervoor de eigen analysetoepassingen in, gecombineerd met het cloud computing platform BT for Life Sciences.

Big data = big business

Dat big data ook big business betekent, blijkt wel uit de hoeveelheid nieuwe bedrijven die aanhaken op de big data trend. Genalice, een startup uit Harderwijk, kan DNA-strengen in een handomdraai analyseren. Data waar een supercomputer een werkweek voor nodig heeft, kan een gewone pc met het programma van Genalice in enkele seconden analyseren: Genalice is in staat de dataset honderd keer kleiner te maken en duizend keer sneller te analyseren. Dat kan een doorbraak opleveren voor onderzoek naar bijvoorbeeld nieuwe behandelingen tegen kanker, mits de analytische intelligentie ook toeneemt.

Farmareus AstraZeneca is een vierjarig partnership aangegaan met Healthcore, een data-analytics bedrijf, om de meest effectieve en economisch meest haalbare behandelingen voor een aantal chronische aandoeningen te bepalen. AstraZeneca gebruikt de data van HealthCore in combinatie met gegevens uit eigen clinical trials om beslissingen te nemen op het gebied van investeringen in R&D.

Het bedrijf Ginger.io stelt patiënten in staat om via een mobiele app gevolgd en begeleid te worden bij gedragstherapie gericht op gezondheid. De app registreert data over gesprekken, tekstberichten, geografische locatie en fysieke bewegingen en patiënten kunnen via de app vragenlijsten invullen.

Wordt het ziekenhuis een IT-organisatie?

De gezondheidzorg kan vooruitgang boeken met big data. Dat heeft ook een keerzijde. Ziekenhuizen beseffen nog te weinig hoe belangrijk IT voor het primaire proces van zorgverlening is. “Als het datacenter een uur plat ligt is er totale paniek in de tent, dat was vijf jaar geleden anders. Toch is informatie voor ziekenhuizen nog geen core business zoals je dat bijvoorbeeld bij banken ziet. Over vijf jaar zullen IT en zorg onlosmakelijk verbonden zijn,” aldus Martin Pluijm (verantwoordelijk voor de ICT van het Rijnstate ziekenhuis) in Outsourcing Performance 2014.

 

Download het McKinsey paper ‘The big data revolution in healthcare: accellerating value and innovation’.

Deze post is tot stand gekomen in samenwerking met de Zero Distance community en T-Systems


Twitterende dingen

Jason Neylon is aangesloten bij een coöperatie in het zuiden van Londen, die zonnepanelen installeert op het dak van sociale woningen. Doel van het project is om betrokkenen bewust te maken van zowel investeringen als opbrengsten van het project. Dat wordt onder andere gedaan door voor iedereen inzichtelijk te maken hoeveel stroom de panelen opwekken. Neylon heeft daarvoor de data die de zonnepanelen genereren, laten samenkomen op Cosm, een Internet of Things website. Vanaf die plek worden vervolgens geautomatiseerd tweets de wereld in gestuurd. Met andere woorden, zonnepanelen kunnen Twitteren. En het aardige is dat mensen er op reageren, zo blijkt als je het account bekijkt.

@BES_Generation

Tweeten

Evil Eye

Tel Google Streetview en Google Glass bij elkaar op. Wat ontbreekt er nog aan het Google-instrumentarium?


Connected Car

nxpconnectsthecar-300x222The Connected Car is een van de strategische speerpunten van NXP. Het bedrijf werkt al jaren samen met de automotive sector om auto’s slimmer te maken en de rijervaring te verbeteren. Op dit moment tekent zich een revolutie af op het vlak van connectiviteit in de automotive sector.

 

Ook op Toii.nl: het internet of cars

Lees meer
Tweeten

Web 3.0 ingehaald door internet of things

Web 3.0 is het semantisch web, het internet waarbij het gebruik van natuurlijke taal centraal staat. Het semantisch web is de beoogde opvolger van het sociale web (web 2.0), maar dat semantisch web is nog lang geen bewaarheid. Toch wordt er veel gefilosofeerd over komende varianten en versies. Zo zou web 4.0 het web moeten zijn dat proactief omgaat met onze eigen informatiebehoefte en ons als gebruiker actief benadert. Seth Godin geeft op zijn blog het volgende voorbeeld van web 4.0:

“I’m booked on a flight from Toledo to Seattle. It’s cancelled. My phone knows that I’m on the flight, knows that it’s cancelled and knows what flights I should consider instead. It uses semantic data but it also has permission to interrupt me and tell me about it. Much more important, it knows what my colleagues are doing in response to this event and tells me. ‘Follow me’ gets a lot easier.”

“Google watches what I search. It watches what other people like me search. Every day, it shows me things I ought to be searching for that I’m not. And it introduces me to people who are searching for what I’m searching for.”

Als we Godin moeten geloven denkt web 4.0 met ons mee – of denkt in sommige gevallen voor ons. Dat roept de vraag op wat web 5.0 dan zou moeten zijn. Begin 2010 stelde ik op het IK Blog: “Zou web 5.0 dan gaan over een koppeling tussen ons eigen centraal zenuwstelsel en kunstmatige intelligentie?”

In 2010 bestond het Internet of Things hoofdzakelijk in de kraamkamers en innovatielabs van technologiebedrijven, maar op dit moment is volstrekt duidelijk dat de volgorde voor web 3.0, web 4.0 en web 5.0 is omgegooid.

Al zijn er de nodige aarzelingen, voordat het semantisch web is gerealiseerd, krijgen we eerst te maken met het Internet of Things (IoT). Die aarzelingen hebben vooral te maken met privacy en met het tempo van R&D en toepassingen die business genereren, want de mogelijkheden van IoT zijn in theorie bijna eindeloos.

Nederlandse energiebedrijven zijn op zoek naar de juiste manier om samen met de netbeheerders de smart meter uit te rollen. Early adopters moeten het pad effenen, iets dat ook geldt voor de slimme (connected) E-thermostaat. Dat apparaat communiceert met je persoonlijke webomgeving van je energieleverancier; de beschikbare data van je E-thermostaat worden nog niet ingezet voor verkoopdoeleinden door het bedrijf zelf. Energie is een commodity, leveranciers zullen het daarom steeds meer moeten hebben van excellente service en diensten met toegevoegde waarde.

Het is op dit moment al mogelijk om alle denkbare elektrische apparaten (via een module in het betreffende stopcontact) aan te sturen via het web – met een tweet of via een app. Ook deze technologie biedt grote mogelijkheden voor energiebedrijven. Met de E-inzicht module van Essent kan je zien wat bijvoorbeeld het verbruik is van je oude koelkast; het energiebedrijf kan op basis van die informatie producten aanbieden die zuiniger zijn. Dat is nog eens cross- en upselling.

De connectiviteit van de Hue van Philips genereert veel meer data dan ‘aan’ of ‘uit’. Ook andere apparaten kunnen zelf data genereren, zoals deze connected tandenborstel.

Met andere woorden, het sociale web wordt niet opgevolgd door web 3.0, maar door het IoT. Het gaat de komende jaren niet om natuurlijke taal, maar om het leggen van relaties tussen de fysieke en virtuele/digitale wereld. Het semantisch web is ingehaald door mobiel breedband, apps en big data.

Het kan niet anders: het semantisch web, dat het vooral van statistiek en grote volumes aan (meta)data moet hebben, krijgt een stevige impuls van Big Data. Maar eerst komt het Internet of Things op ons af – met flinke snelheid.


Kom binnen

Google heeft met Street View een volgende stap gezet – door Stephen Abram aangeduid als Indoor Street View. Hij vraagt zich af welke bibliotheek als eerste Google binnen laat. Nu snuffelen wij nog rond op het web, maar straks snuffelt het web rond bij ons.

Volgens IBM kunnen we binnen nu en vijf jaar verwachten dat de vrienden uit ons online sociale netwerk als hologram in de woonkamer staan; maar diezelfde woonkamer kunnen we binnen afzienbare tijd wellicht uploaden naar het web. Bibliotheken zouden natuurlijk hun interieur kunnen vastleggen en afbeelden bij wijze van virtuele rondleiding. Maar wat te denken van alle particuliere online boekencollecties die nu nog als platte websites te vinden zijn? Ik zie het helemaal voor me: je klikt een vriend(in) aan uit je online netwerk en kiest niet voor platte details zoals status updates maar voor een kijkje bij iemand thuis. Virtueel bij elkaar op bezoek. Wat staat er in de boekenkast? Hoge resolutiebeelden van alle ruggetjes zeggen genoeg en als het niet duidelijk is, levert Google Goggles het verlossende antwoord. Natuurlijk met een directe koppeling naar het downloadbare e-book.

Met Street View in huis kondigt zich ook volgende fase van social media aan: wat ligt er op het nachtkastje? Wat heeft iemand in huis aan proviand? Staat er bier in de koelkast of hebben we daarvoor het internet of things, waarbij de koelkast zelf communiceert met het web? Is er eigenlijk wel iemand thuis?

Nu nog wachten op streaming 3D-beeld en het is gedaan met al die platte websites met pagina’s vol plaatjes en tekst. Het maakt een web2.0-site als Librarything in één klap ouderwets en primitief.

Leuk bedacht dus en ook goede reclame, die Google Street View beelden van de binnenkant van musea. Dat trekt potentiële bezoekers wellicht over de streep. Of het weerhoudt ze juist van een bezoek, omdat ze liever thuis achter het beeldscherm naar kunst kijken. Ai, dat doet me zomaar denken aan internet en bibliotheken.


3Doodler

Met de 3Doodler kan men objecten produceren vanuit de hand. Het apparaatje houdt het midden tussen een balpen, lijmpistool en 3D-printer. Via crowdfunding wordt gewerkt aan de productie- en verkoopfase. De 3Doodler maakt gebruik van afbreekbare PLA-plastics (op basis van melkzuur). (video)